Ouderschap na geslachtswijzing op de geboorteakte van man naar vrouw of andersom

In de Eerste Kamer ligt sinds de zomer een aangepaste versie van het wetsvoorstel Wijziging voorwaarden transseksualiteit dat wijziging van het geslacht op de geboorteakte eenvoudiger moet maken. Ingevolge dit wetsvoorstel kan een persoon die in de overtuiging leeft tot het andere geslacht te behoren, het geslacht op zijn/haar of geboorteakte laten wijzigingen zonder geslachtswijzigende operatie te ondergaan. Op dit moment kan een dergelijke wijziging alleen plaatsvinden als de persoon in kwestie een dergelijke operatie heeft ondergaan en geen kinderen meer kan krijgen in zijn of haar oude geslacht, maar als dit wetsvoorstel wordt aangenomen is dat geen vereiste meer. Dit betekent dat een man die als vrouw is geboren alsnog een kind kan baren en een vrouw die als man is geboren alsnog kinderen kan verwekken. De vraag is dan met welk geslacht de barende man of de zaad-leverende vrouw op de geboorteakte van het kind moet komen te staan?

het recht nu

Ook onder de huidige wetgeving is rekening gehouden met het feit dat personen ondanks  hun geslachtswijziging ouder kunnen worden, bijvoorbeeld door als man gehuwd te zijn met een vrouw die moeder wordt. Neem bijvoorbeeld A: een man die als vrouw is geboren kinderen en als vrouw kinderen heeft gebaard. Na de geslachtswijziging tot man trouwt A met een vrouw. De vrouw van A raakt zwanger via donor inseminatie en baart een kind. Volgens het huidige artikel 1:28c in combinatie met titel 11 van boek 1 BW is A moeder van de kinderen die zij voor de geslachtswijziging heeft gebaard en vader van de kinderen die ze na de geslachtswijzing heeft gebaard, geheel in overeenstemming met haar/zijn feitelijk geslacht op het moment van de geboorte van het kind.

voorgestelde recht

In het oorspronkelijk wetsvoorstel zoals op 11 september 2012 in de Tweede Kamer ingediend, werd voorgesteld om op de geboorteakte van het kind dat wordt geboren na de wijziging van het geslacht op de geboorteakte van de ouder, het oude geslacht van de ouder te vermelden. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel kwam echter de stelling naar voren dat het verwarrend is voor kinderen om een ouder te hebben die voor hen in het dagelijks leven een moeder is, maar op de geboorteakte als vader staat vermeld. Naar aanleiding daarvan is het wetsvoorstel gewijzigd en is nu voor de volgende benadering gekozen:

de barende man

In beginsel wordt de betreffende persoon ouder van het kind in zijn nieuwe geslacht. Dit geldt echter niet voor de als vrouw geboren man die een kind baart na de geslachtswijziging op de geboorteakte. Dit betekent dat de barende man als moeder op de geboorteakte van het kind wordt vermeld. De reden die de staatssecretaris hiervoor geeft is dat het Nederlandse afstammingsrecht vereist dat duidelijk is wie de geboortemoeder is van een kind. Het moederschap fungeert in het huidige Nederlandse afstammingsrecht als een anker: heeft een kind bij geboorte geen juridische moeder, dan is het in principe ouderloos.

de zaad-leverende vrouw

Een voormalige man die na wijziging van het geslacht op de geboorteakte als vrouw door het leven gaat en vervolgens een kind bij haar vrouwelijke partner verwekt, wordt ook moeder, maar is (onder het huidige afstammingsrecht) niet automatisch juridisch ouder van het kind omdat de geboortemoeder al van rechtswege de juridische moeder is. Wil zowel de geboortemoeder als de vrouwelijke verwekker dat deze laatste juridisch ouder wordt, dan kan dit alleen via adoptie. Het is echter binnen het huidige afstammingsrecht nauwelijks te verdedigen dat een persoon die het zaad heeft geleverd voor de conceptie van een kind bij zijn of haar partner en dit kind ook met die partner opvoedt alleen via adoptie de juridische ouder kan worden van dit kind. Tot deze conclusie kwam ook het Hof Leeuwarden in 2010 in een zaak onder het huidige recht waar voor de geslachtswijzigende operatie zaad van de man was ingevroren. Na de geslachtswijziging tot vrouw, is het zaad gebruikt om bij de vrouwelijke partner van de transvrouw een kind te verwekken. Adoptie was de enige mogelijkheid, maar het Hof achtte dit in strijd met artikel 8 en 14 EVRM gezien de biologische band die er tussen het kind en de transvrouw bestond en stelde vervolgens het ouderschap van de transvrouw vast.

gevolgen aanpassing mbt ouderschap

Dat de recente – om verwarring bij kinderen te voorkomen – aanpassing van 1:28c lid 3 BW juridische gevolgen heeft voor de betreffende kinderen, lijkt nauwelijks een rol te spelen. Bovendien creëert deze aanpassing van de wet verwarring in het afstammingsrecht, want wat is de status van een zaad-leverende moeder? Het voorgesteld artikel 1:28c lid 3 BW bepaalt dat voor de toepassing van titel 11 (afstammingsrecht) van Boek 1 BW moet worden uitgegaan van het nieuwe geslacht van de voormalige man (vrouw dus). Maar in titel 11 zelf komt naast de vrouw die het kind baart en de man die in een bepaalde relatie tot de moeder staat en daarmee vader wordt, ook de persoon van de verwekker ten tonele. Zijn rol wordt gedefinieerd door de daad van verwekking, die alleen door een man kan worden verricht. Is de voormalige man/huidige vrouw die bij haar vrouwelijke partner een kind verwekt, wel of geen verwekker in de zin van art 1:204 lid 3, artikel 1:207 en artikel 1:394? En als er geen sprake is van verwekking, maar het zaad van de voormalige man via KI bij haar vrouwelijke partner is ingebracht, geldt zij dan als bekende donor met family life?

twee moeders door wetsvoorstel lesbisch ouderschap

Als het wetsvoorstel Lesbisch Ouderschap dat momenteel in de Eerste Kamer ligt, wordt aangenomen, krijgt de transmoeder de mogelijkheid het kind dat door haar vrouwelijke partner is gebaard te erkennen. De zaad-leverende moeder zal geen aanspraak kunnen maken op ouderschap van rechtswege, ook niet als ze gehuwd is met de geboortemoeder, omdat ze niet de benodigde verklaring van de Stichting Donorgegevens kan overleggen dat gebruik is gemaakt van zaad van een voor hen onbekende donor; het zaad voor het ontstaan van het kind is immer afkomstig van de transmoeder. De plenaire behandeling van het wetsvoorstel Lesbisch Ouderschap staat voor 12 november aanstaande gepland. Pas als de behandeling van het wetsvoorstel Lesbisch Ouderschap in de Eerste Kamer is voltooid, kan duidelijkheid komen over de precieze consequenties van het wetsvoorstel Wijziging voorwaarden transseksualiteit voor de juridische relatie tussen transvrouwen en -mannen en hun kinderen.

Ook in deze context rijst de vraag of het afstammingsrecht in zijn huidige vorm recht kan doen aan de belangen en rechten van kinderen en ouders in gezinnen die afwijken van de standaard waar het afstammingsrecht vanuit gaat.

Advertenties