Meer dan twee ouders

Er is sinds een tijdje discussie in het kader van het wetsvoorstel ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders dan door adoptie in de Tweede en Eerste Kamer over de vraag of een kind niet meer dan twee ouders moet kunnen hebben. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de situatie waarin een kind meer dan twee juridische ouders zou kunnen hebben en de situatie dat meer dan twee personen gezag over een kind zouden kunnen uitoefenen, zoals dat nu in Engeland ook al kan (zie hierover Vonk in Children and their parents). Maar wat zijn de gevolgen van deze beide opties?

Meer dan twee juridische ouders

Als een kind meer dan twee juridische ouders heeft, bijvoorbeeld twee moeders en een vader, of twee vaders en een moeder, dan zou het kind een juridische band krijgen met de familieleden van de moeder(s) en de vader(s). Het krijgt daarmee bijvoorbeeld drie paar grootouders. Juridisch ouderschap is daarnaast van belang voor het erfrecht en de regeling van levensonderhoud voor kinderen. Kinderen erven van hun juridische ouders als deze komen te overlijden, en bovendien zijn juridische ouders verplicht hun kinderen te onderhouden. Je zou kunnen zeggen, hoe meer juridische ouders, hoe beter de economische positie van het kind. Daarnaast kunnen juridische ouders belanghebbende zijn in juridische procedures die het kind betreffen. Juridisch ouderschap duurt het hele leven lang en houdt niet op wanneer het kind 18 jaar wordt, er wordt dus een permanente band gevestigd tussen kind en juridische ouder die alleen (onder bepaalde omstandigheden) kan worden verbroken indien de juridische ouder niet de biologische ouder is.

Meer dan twee personen hebben gezag over een kind

Gezag heeft betrekking op de verzorging en opvoeding van een kind. Personen die gezag hebben zijn verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind en hebben daar ook zeggenschap over. Het gaat hierbij om de dagelijkse verzorging maar ook om beslissingen die verder reiken, zoals schoolkeuze medische behandeling en het kiezen van de woonplaats van het kind. Aan gezag zonder ouderschap dat samen met een ouder wordt uitgeoefend is ook een onderhoudsplicht ten opzichte van het kind gekoppeld. Er zitten echter geen erfrechtelijke consequenties aan het gezag en er komt ook geen juridische relatie tussen kind en familie van de persoon die het gezag uitoefent tot stand. Met het toewijzen van gezag wordt geen levenslange juridische band tussen kind en de persoon met gezag gevestigd. Gezag houdt op te bestaan als een kind 18 jaar oud is. Daarnaast kan de rechter iemand het gezag weer ontnemen op verzoek van de ander(e) personen met gezag, wanneer het kind klem of verloren raakt tussen de personen met gezag of dit gezag niet langer in het belang van het kind is.

Wat een mogelijk punt van zorg is wanneer meer dan twee personen met gezag kunnen worden belast, is dat de wet ervan uitgaat dat alle partijen met gezag het met belangrijke beslissingen omtrent het kind eens moeten zijn. Voorbeelden zijn een medische behandeling van het kind, schoolkeuze en verhuizing met de kinderen. Zijn partijen het niet met elkaar eens dan kunnen ze naar de rechter, die vervolgens in het belang van het kind moet beslissen. Het belasten van meerdere personen met gezag, kan tot een toename van het aantal conflicten leiden met betrekking tot medisch behandeling, schoolkeuze en verhuizing, om er maar een paar te noemen.

Nu wordt wel aan vaders tegen de zin van de moeder het gezamenlijk gezag met de moeder toegekend onder de voorwaarde dat de vader zich niet met de dagelijks gang van zaken zal bemoeien. Het gezag krijgt daarmee bijna een symbolische functie. Dat zou ook kunnen gelden wanneer meer dan twee personen het gezag kunnen krijgen, maar de vraag is of dat wenselijk is.

 Doel van meerdere ouders

Het ligt er dus aan wat het doel is van de uitbreiding van twee naar meer ouders of het hierbij moet gaan om juridische ouders of om meer dan twee personen met gezag. Is het veeleer een vraag van het erkennen van de biologische of feitelijke banden die er tussen het kind en de ouder zijn (status) of gaat erom deze derde ook daadwerkelijk invloed te geven in beslissingen omtrent het dagelijks leven van het kind?

Advertenties

Weegt belang kind van moeder en nieuwe partner mee bij beslissing of moeder mag verhuizen?

Wat voor rol spelen de belangen van het kind van de moeder en haar nieuwe partner (kind B) bij het al dan niet verlenen van toestemming tot verhuizing van moeder met het kind van haar ex-partner (kind A)? Uit een recent gepubliceerde beschikking van het Hof Arnhem (LJN: BZ6065) blijkt weinig aandacht te zijn voor de belangen van kind B. Moeten de belangen van kind B meewegen bij zo’n beslissing?

Uit het huwelijk van de moeder en de vader is in 2010 een kind geboren (kind A). In 2011 is tussen partijen echtscheiding uitgesproken. In het door de ouders opgestelde convenant is een zorgregeling overeengekomen waarbij kind A een weekend in de 14 dagen van vrijdag 17.00 tot zondag 19.00 bij de vader verblijft en de rest van de tijd bij de moeder. Inmiddels heeft moeder een nieuwe partner die in de Verenigde Staten woonachtig is en in 2012 krijgt ze een kind van hem (kind B). Moeder wil met de beide kinderen naar de Verenigde Staten verhuizen om bij haar nieuwe partner (de vader van kind B) te gaan wonen, maar de vader van kind A weigert toestemming. Zowel de rechtbank als het Hof wijzen het verzoek van de moeder om vervangende toestemming af, omdat het in het belang van kind A het meest wenselijk is om in Nederland te blijven wonen, in zijn bekende omgeving, dichtbij vader en opa’s en oma’s. Het is heel begrijpelijk dat de vader van kind A zijn kind in de buurt wil hebben en ook dat het Hof alle bekende maatstaven aanlegt.

Wat me echter verbaast, is dat bij de beslissing omtrent het al dan niet verhuizen naar de VS door het Hof alleen uit wordt gegaan van het belang van het kind A. Sinds de Zwitsere verhuizing moet de rechter alle omstandigheden van het geval bij een beslissing op grond van 1:253a BW betrekken, hetgeen het Hof ook zegt te gaan doen. Maar waar zijn dan de belangen van kind B in de genomen beslissing? Vallen zijn belangen niet onder alle omstandigheden van het geval? Natuurlijk compliceert dit de zaak aanzienlijk, want stel nu dat kind B een belang heeft om bij zijn vader op te groeien en beide kinderen, vanwege de continuïteit van de zorg, een groot belang om door hun moeder te worden verzorgd en opgevoed, dan moet er misschien een keuze worden gemaakt tussen de belangen van kind B (verhuizen naar de VS) en de belangen van kind A (in Nederland blijven). Dat is een moeilijke keuze die grondig moet worden onderbouwd. Maar dan liggen wel alle belangen op tafel en dat is denk ik wat er van de instanties die beslissingen nemen die kinderen aangaan, wordt gevraagd. Pas als de belangen van alle kinderen in een specifiek geval helder zijn, kan een beslissing worden genomen waarbij de belangen van de kinderen een eerste overweging vormen. Zijn er meerdere kinderen bij een zaak betrokken, dan vragen de Guidelines on Child Friendly Justice van de Raad van Europa het volgende van ons: The best interests of all children involved in the same procedure or case should be separately assessed and balanced with a view to reconciling possible conflicting interests of the children.

Geen eenvoudige maar wel een noodzakelijk opdracht in het licht van artikel 3 IVRK.

Moeder met eenhoofdig gezag mag niet naar buitenland verhuizen

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Maastricht heeft in een recent gepubliceerd kortgedingvonnis (LJN BZ0350) een moeder met eenhoofdig gezag verboden om met haar kind naar Ierland te verhuizen op straffe van een dwangsom. Dit op basis van het feit dat de moeder op grond van artikel 1:247 lid 3 BW de verplichting heeft om de ontwikkeling van de band tussen kind en vader te bevorderen. Door de verhuizing zou de bestaande omgangsregeling tussen vader en kind (een weekend per 2 weken) in de knel komen, hetgeen niet in het belang zou zijn van het kind.

Het kind is in 2008 tijdens een affectieve relatie tussen moeder en vader geboren. De vader heeft het kind erkend. In februari 2012 is de moeder een bodemprocedure gestart voor het vaststellen van een omgangsregeling en een regeling voor kinderalimentatie. Vader heeft een zelfstandig verzoek ingediend voor nihil stelling kinderalimentatie en toewijzing van gezamenlijk gezag. Deze bodemprocedure was nog aanhangig toen de voorzieningenrechter zich over de voorgenomen verhuizing van moeder uitsprak. In april 2012 had dezelfde voorzieningenrechter moeder op verzoek van vader een dwangsom tot nakoming van de omgangsregeling opgelegd.

De verhouding tussen moeder en vader en zijn nieuwe echtgenote is gespannen. Moeder zit in de bijstand en kan via haar vader een baan krijgen in Ierland. Zij wil vanwege werk, maar ook vanwege de gespannen relatie met de vader van haar kind graag weg uit de omgeving waar zij nu woont. In beginsel heeft zij geen toestemming nodig van de vader om te verhuizen omdat zij het eenhoofdig gezag heeft. De voorzieningenrechter beaamt dit, en stelt dat de moeder in beginsel vrij is om te verhuizen met het kind, maar dat deze vrijheid wordt beperkt door het belang van het kind. In uitzonderlijke gevallen kunnen de belangen van anderen het belang van het belang van het kind (om regelmatig omgang te hebben met vader) overstijgen, maar daar is volgens de voorzieningenrechter in dit geval geen sprake van. Moeder heeft de noodzaak van de verhuizing niet aannemelijk gemaakt en bovendien niet helder aangegeven hoe het verminderde contact tussen vader en kind als gevolg van de verhuizing gecompenseerd kan worden.

Op zich kan ik me voorstellen dat de rechter de verhuizing ongewenst acht zolang er niet is geoordeeld over het verzoek om gezamenlijk gezag n de bodemprocedure. Dat zou het gezag van de vader al op voorhand uithollen. Maar dat argument komt in de uitspraak niet helder naar voren.

Betekent dit nu dat een bestaande omgangsregeling op grond van artikel 1:247 lid 3 bij eenhoofdig gezag aan verhuizing met de kinderen in de weg staat? De ouder met gezag hoeft weliswaar geen toestemming te vragen aan de andere ouder, maar uiteindelijke speelt het belang van het kind in dit soort zaken een grote rol.. Daarbij is het uitgangspunt dat contact met beide ouders in het belang is van het kind. Maar is dat het enige belang van het kind dat moet worden meegewogen? De Guidelines on Child Friendly Justice bijvoorbeeld kleuren dit belang veel breder in: alle belangen van het kind moeten worden meegewogen, waaronder de psychologische, juridische, sociale,  economische en welzijnsbelangen van kinderen. Die andere belangen zie ik in verhuisjurisprudentie voor mijn gevoel te weinig terug. Het kan in deze zaak best zijn dat het kind een groot belang heeft om wel te verhuizen met moeder, omdat moeder daardoor uit de bijstand zou geraken en in emotioneel rustiger vaarwater terecht zou komen. Voor het kind zou dit bijvoorbeeld kunnen betekenen dat er een einde komt aan de relatieve armoede van het opgroeien in de bijstand en dat de moeder een stabielere hechtingsfiguur wordt. Contact met vader speelt in de afweging zeker een hele belangrijke rol, maar is niet de enige factor die meetelt.